PPID (Pituitary Pars Intermedia Dysfunction) is een aandoening waarbij de hormoonhuishouding wordt ontregeld. Voorheen was de naam waarnaar werd gerefereerd de ziekte van Cushing. Deze naam is echter niet helemaal juist, omdat de aandoening niet hetzelfde is, al hebben beide aandoeningen effect op de hypofyse. PPID is niet te genezen, maar kan wel worden behandeld. Het komt vaak voor bij paarden ouder dan 15 jaar.
Aan de basis van de hersenen bevinden zich de hypothalamus en de hypofyse (wetenschappelijke naam: Pars Intermedia). In deze twee delen wordt de aanmaak en afgifte van hormonen geregeld. Op de hypothalamus zijn zenuwen aangesloten die zorgen voor de aanmaak van dopamine. Dopamine is belangrijk bij de afgifte van onder andere het hormoon ACTH (een polypeptide hormoon en neurotransmitter). Dit hormoon, de ACTH, wordt afgegeven door de hypofyse. De afgifte hiervan wordt gereguleerd door de dopamine. Wanneer er onvoldoende dopamine wordt aangeboden bij de hypofyse, door het afnemen van de stimulans van de zenuwen in de hypothalamus, wordt de aanmaak van hormonen niet meer door de dopamine geremd. Het gevolg hiervan is een verhoogde aanmaak van hormonen, welke kunnen leiden tot verschillende ziektes. PPID komt voornamelijk voor bij paarden boven de 15 jaar, al wordt het bij paarden onder deze leeftijd ook al geconstateerd.
PPID uit zich in verschillende vormen:
Vachtveranderingen: het gladde vachtkleed van het paard verandert naar een lange, krullerige vacht, of het paard blijft (ook buiten het seizoen) excessief verharen. De lange, krullende vacht is vaak niet in het eerste stadium van de aandoening zichtbaar, maar in een later gevorderd stadium. Voordat het paard de lange, krullende vacht krijgt zullen vaak hier en daar plukjes met langere haren zichtbaar zijn (vaak alleen op benen en buik).
Hoefbevangenheid: door de verstoring in de hormoonhuishouding kunnen ontstekingsreacties ontstaan, met hoefbevangenheid als gevolg. Hoefbevangenheid is te herkennen aan de volgende verschijnselen: niet willen lopen, gewicht verplaatsen van het ene naar het andere been, gewicht van de voorbenen verplaatsen naar de achterbenen (naar achteren hangen), warme hoeven, voelbare pols in de kootholte, gekanteld hoefbeen (in ernstige gevallen). Klik hier voor meer informatie over hoefbevangenheid.
Verandering van lichaamsbouw: een paard met PPID kan een andere lichaamsbouw krijgen. De spieren op de bovenlijn kunnen afnemen waardoor de ruggengraat duidelijk zichtbaar wordt. Bij afname van de buikspieren zal deze gaan zakken, met een zichtbare ‘hangbuik’ als gevolg. Ook kunnen zich op vreemde plekken vet opstapelen, bijvoorbeeld boven de ogen.
Andere symptomen kunnen zijn: lusteloosheid, overmatig zweten, met name rond de nek en schouders, veel drinken en plassen, een verminderde weerstand, met verkoudheid tot gevolg, alsmede wondjes die slecht of langzaam genezen, problemen met drachtig worden, spontane afgifte van melk.
Als je denkt dat je paard PPID heeft kun je dit laten vaststellen door middel van een bloedtest. De hormoonwaarden worden vergeleken met een gezond paard. Aan de hand van die waarden kan worden vastgesteld of het paard al dan niet PPID heeft. In sommige gevallen kan het aan de hand van een klinisch onderzoek (in combinatie met de ziektegeschiedenis van het paard) al worden vastgesteld.
Bekijk hier ons volledige aanbod aan supplementen voor cushing.